Statistieken

Unieke bezoekers

Vandaag: 2

Deze week 230 

Deze maand 719 

Spaans

Vertaalwedstrijd Spaans

 

De jury bestaat uit:

Marian, beheerder van de Japansetaal.startpagina.nl

Harm Schoonekamp, beheerder van de Engelsetaal.startpagina.nl  

*********, beheerder van de ********

 

 

Opdracht: Vertaal de volgende tekst naar het Nederlands.

Stuur je vertaling vóór 1 januari 2009 naar e-mail, onder vermelding van "Vertaalwedstrijd Spaans" De uitslag zal 14 januari 2009 bekend gemaakt worden. Door deelname geef je te kennen akkoord te gaan met de Algemene Voorwaarden.

 

 

Prijzen

1e prijs: €25,- aan boekenbonnen.

2e en 3e prijs: De mooiste van Rafael Alberti - een tweetalige dichtbundel.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Miguel de Cervantes Saavedra
Don Quijote

 


Primera Parte: Capítulo VIII

Del buen suceso que el valeroso don Quijote tuvo en la espantable y jamás imaginada aventura de los molinos de viento, con otros sucesos dignos de felice recordación

 

En esto, descubrieron treinta o cuarenta molinos de viento que hay en aquel campo; y, así como don Quijote los vio, dijo a su escudero:

-La ventura va guiando nuestras cosas mejor de lo que acertáramos a desear, porque ves allí, amigo Sancho Panza, donde se descubren treinta, o pocos más, desaforados gigantes, con quien pienso hacer batalla y quitarles a todos las vidas, con cuyos despojos comenzaremos a enriquecer; que ésta es buena guerra, y es gran servicio de Dios quitar tan mala simiente de sobre la faz de la tierra.

-¿Qué gigantes? -dijo Sancho Panza.

-Aquellos que allí ves -respondió su amo- de los brazos largos, que los suelen tener algunos de casi dos leguas.

-Mire vuestra merced -respondió Sancho- que aquellos que allí se parecen no son gigantes, sino molinos de viento, y lo que en ellos parecen brazos son las aspas, que, volteadas del viento, hacen andar la piedra del molino.

-Bien parece -respondió don Quijote- que no estás cursado en esto de las aventuras: ellos son gigantes; y si tienes miedo, quítate de ahí, y ponte en oración en el espacio que yo voy a entrar con ellos en fiera y desigual batalla


(236 woorden)

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 1
Door: Ingrid Helsloot

 

Miguel Cervantes Saavedra
Don Quijote

 

Eerste deel: hoofdstuk VIII
Van de mooie belevenis die de dappere don Quijote had in het verschrikkelijke en nimmer voorstelbare avontuur van de windmolens, samen met andere heuglijke belevenissen.

 

Op dit punt ontdekten ze dertig of veertig windmolens die er in dat gebied zijn, en zoals don Quijote ze zag, zei hij tegen zijn schildknaap:
-De voorspoed zal onze zaken beter leiden dan we ons zullen kunnen wensen, omdat zie daar, vriend Sancho Panza, waar zich dertig, of iets meer, buitensporige reuzen openbaren, met wie ik de strijd denk aan te gaan en die ik allemaal van het leven ga beroven, met wiens kadavers we rijk zullen worden; aangezien dit een goede strijd is, en in dienst van God om zulk slecht zaad van het aardoppervlak te verwijderen.
-Welke reuzen? Vroeg Sancho Panza.
-Die je daar ziet- antwoordde zijn baas -die met de lange armen, die bij sommigen bijna twee mijl lang zijn.
-Kijk Uwe Genade -antwoordde Sancho- die daar lijken maar zijn geen reuzen, maar windmolens, en wat bij hen armen lijken zijn wieken, die door de wind gedraaid, de molensteen doen lopen.
-Zo te zien -antwoordde don Quijote- heb jij geen ervaring met deze avonturen: die daar zijn reuzen; en als je bang bent, ga dan weg van hier, en ga bidden op de plaats waar ik met hen de woeste en ongelijke strijd zal aangaan.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 2
Door: César Noordewier
 

 

Miguel de Cervantes Saavedra
Don Quichotte

 

Deel Een: Hoofdstuk VIII

Over de goede afloop voor de moedige Don Quichotte van het angstaanjagende en ongekende avontuur met de windmolens en andere verdienstelijkheden.

 

Op een gegeven moment ontwaarden ze dertig of veertig windmolens die je in die landerijen vindt en zodra Don Quichotte ze gewaar werd, zei hij tegen zijn schildknaap:

"De voorspoed leidt onze zaken beter dan we dan we hadden durven hopen, want ziedaar, vriend Sancho Panza, hoe zeker dertig enorme reuzen opdoemen, tegen wie ik het zal gaan opnemen en die ik van het leven zal beroven, en deze buit zal het begin van onze rijkdom zijn, want dit is een profijtelijke oorlog en het is een goddelijk gebaar zulk onkruid van de aarde te vegen.

"Welke reuzen?", vroeg Sancho Panza.

"Die daarginder", antwoordde zijn baas, "met die lange armen; die bij sommigen zowat twee mijl lang zijn".

"Kijkt u eens mijn heer" antwoordde Sancho, "die verschijningen daar, dat zijn geen reuzen, maar windmolens en wat op armen lijken, dat zijn wieken, die, voortgeblazen door de wind, de molensteen doen draaien".

"Het is duidelijk" antwoordde Don Quichotte, "dat je geen verstand van avonturen hebt. Dat zijn reuzen en als je bang bent, stap dan maar opzij en ga maar bidden terwijl ik een zware en ongelijke strijd met hen aanbind".

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 3

Door: Walter van Roessel 

 

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

Eerste Deel: Hoofdstuk VIII
Van het welslagen van Don Quijote in het huiveringwekkende en nooit geziene avontuur met de windmolens en van andere gebeurtenissen daarbij die het waard zijn in gelukzalige herinnering voort te leven.


Toen ontwaarden ze dertig tot veertig windmolens die er in dat open landschap zijn en bij het zien ervan zei Don Quijote tot zijn schildknaap:
"Het gidsende lot is onze zaken welgezinder dan we hadden durven hopen, want zie je, daarginds, Sancho Panza mijn vriend, doemen dertig, of een paar meer, enorm grote reuzen op met wie ik denkelijk de strijd zal aangaan en aan wie ik denkelijk het leven zal ontnemen en wier overblijfselen het begin van onze rijkdom zullen zijn, want deze oorlog is een goede oorlog en het is een grote dienst aan God zo'n slecht uitvaagsel van de aardbodem weg te vagen".
"Wat voor reuzen?", zei Sancho Panza.
"Die reuzen, die je daarginds ziet", antwoordde zijn heer, "met hun lange armen, die bij sommigen van hen wel bijna twee mijlen lang zijn"
" Kijkt u nou, Uwe Genade", antwoordde Sancho Panza, "die schijnbare reuzen die daarginds te zien zijn, zijn geen reuzen maar windmolens. En wat hun armen lijken te zijn, zijn de wieken, die, aangedreven door de wind, de molensteen in beweging brengen"
"Het lijkt er wel op", antwoordde Don Quijote, "dat je, wat avonturen betreft, niet bent ingewijd. Dat zijn reuzen. En als je bang bent, laat je angst dan varen en geef je over aan gebed op de plek waar ik met hen de wrede en ongelijke strijd zal aangaan"

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 4

Door: Marjan Meijer (Schrijftafel - Bureau voor tekst en taal)

 

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

Eerste deel: Hoofdstuk VIII
Over het succes dat de heldhaftige don Quijote had in het onheilspellende en onvoorstelbare avontuur met de windmolens en andere gebeurtenissen, waaraan hij gelukkige herinneringen bewaart.

 

En toen ontdekten ze dertig of veertig windmolens op die landerijen en op het moment dat don Quijote ze zag, zei hij tegen zijn schildknaap:

Het geluk leidt onze zaken beter dan we hadden kunnen wensen, want zie, vriend Sancho Panza, daar doemen dertig of zelfs meer gigantische reuzen voor ons op. Ik denk er sterk over om het gevecht met ze aan te gaan waarin ze allemaal het leven laten en de buit die we op ze vinden, zal het begin van onze rijkdom zijn; dat is nog eens een stevige strijd en het is de beschikking van God dat wij dat slechte uitschot van deze aardbodem laten verdwijnen.

- Welke reuzen? - zei Sancho Panza.
- Die je daar ziet - antwoordde zijn meester - met die lange armen, waarvan sommige wel zo'n twee mijl lang zijn.
- Kijk, genadige heer - antwoordde Sancho - die dingen die op reuzen lijken, zijn helemaal geen reuzen, maar windmolens. En wat u voor lange armen aanziet, zijn de wieken, die, gedreven door de wind, de molensteen doen ronddraaien.

- Het is wel duidelijk - antwoordde don Quijote - dat je nog niet bedreven bent in dit soort avonturen: dat zijn reuzen en als je bang bent, ga hier dan weg en ga bidden terwijl ik me in een beestachtige en ongelijke strijd met hen begeef.

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 5

Door: Esther Rasenberg (ParaTi Communicatie)


Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

Hoofdstuk 8
Dit hoofdstuk gaat over het voorval van de moedige Don Quijote en het verschrikkelijke, onvoorstelbare avontuur met de windmolens. Een avontuur dat, net als andere waardige gebeurtenissen, vraagt om gelukzalige herinnering.

 

 

In dit verhaal ontdekken Don Quijote en Sancho Panza dertig of veertig windmolens op het platteland.

Als Don Quijote de molens ziet, zegt hij tegen Sancho: "Het geluk is vanaf nu aan onze zijde en zal al onze wensen vervullen. Daarvan zijn die gigantische reuzen het bewijs. Ik zal met hen de strijd aangaan, hen van het leven beroven en we zullen ons met hun buit verrijken. We voeren een edele strijd en bewijzen God een grote dienst door het slechte reuzenzaad van de aarde te verwijderen."

"Welke reuzen?", vraagt Sancho Panza.

"De reuzen die je daar ziet", antwoordt Quijote. "Die met de enorme armen die bij sommigen zelfs bijna twee mijl lang zijn."

"Kijk eens goed heer", zegt Sancho. "De dingen die u daarginds ziet, zijn geen reuzen, maar windmolens. En de armen waar u het over heeft, zijn de wieken die aangedreven door de wind de molensteen in beweging brengen."

"Goed", antwoordt Don Quijote. "Het lijkt erop dat je niet onderwezen bent in het avontuur. Het zijn reuzen. Als je bang bent, ga dan weg van hier. Bid voor me, terwijl ik de gruwelijke en ongelijke strijd met hen aanga."

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 6

Door: Monique Vermaat

 

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

 


Deel één; hoofdstuk VIII
Over het rechtschapen voorval, waarin de dappere Don Quichotte het angstige en nooit eerder vertoonde avontuur met de windmolens beleefde, en nog andere eerbiedwaardige gebeurtenissen die het verdienen met genoegen herinnerd te worden.

 

Op dat moment werden er op het veld zo'n dertig à veertig windmolens zichtbaar, en hoe Don Quichotte deze molens ervaarde werd duidelijk, toen hij tegen zijn knecht zei:

‘Het geluk is aan onze kant, meer dan wij ons kunnen wensen, want kijk daar eens, beste Sancho Panza, daar dienen zich zo'n dertig gigantische reuzen aan. Ik denk dat ik met hen de strijd aanbind, stuk voor stuk ga ik hen ombrengen en met de buit zullen we ons verrijken, want dit is een rechtvaardige oorlog en het is in de goedertierenheid Gods dat zulke slechte wezens dit aardrijk zullen verlaten.'

‘Welke reuzen', vroeg Sancho Panza.
‘Die je daarginds ziet', antwoordde zijn meester, ‘met die lange armen, die een lengte van wel bijna 2 mijl hebben.'
‘Wel edele heer', antwoordde Sancho, ‘wat u daar ziet zijn geen reuzen, maar windmolens en wat u voor de armen houdt zijn de wieken, die door de wind worden aangedreven en de molensteen in beweging brengen.'

‘Het is duidelijk', antwoordde Don Quichotte, ‘dat jij geen ervaring hebt met dit soort avonturen: het zijn reuzen. Als je bang bent, ga dan weg van hier en kniel neer in gebed, terwijl ik met hen in een wrede en ongelijke strijd gewikkeld ben.'

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 7

Door: Nike Darley

 

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote


Deel 1
Hoofdstuk 8
Waarin het gaat over de goede afloop van het huiveringwekkende avontuur van Don Quichot met de windmolens dat nog nooit eerder iemand zich had kunnen voorstellen, en over andere gebeurtenissen die het waard zijn in de herinnering voort te leven.


Toen zagen zij opeens dertig of veertig windmolens op het land staan; zodra Don Quichot deze zag, zei hij tot zijn schildknaap:
"Het geluk is meer met ons dan wij ook maar bij benadering hadden kunnen wensen, kijk maar, beste Sancho Panza, daar staan wel dertig reuzen, misschien wel een paar meer, met wie ik van plan ben het gevecht aan te gaan en hen allen van het leven te beroven, de buit uit deze strijd zal het begin van onze rijkdom vormen; dit is een gerechtvaardigde strijd, en het is een geloofsdaad dergelijk kiemen van het kwaad in het aanzien van ons land uit te roeien."
"Welke reuzen?" zei Sancho Panza.
"De reuzen die je daar in de verte ziet" antwoordde zijn meester "met de lange armen die sommigen hebben van bijna twee mijl lang".
"Kijk meester" zei Sancho "daar in de verte staan geen reuzen, maar windmolens, en hetgeen lijkt op hun armen zijn de wieken, die draaiend in de wind de molensteen in beweging brengen."
"Het blijkt wel" zei Don Quichot "dat jij nog niets hebt geleerd op het gebied van avonturen: het zijn reuzen; en als je bang bent, ga dan weg, ga maar bidden terwijl ik met hen een woeste en ongelijke strijd zal aangaan".

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 8

Door: Anita Rademakers

 

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

 

Eerste deel, hoofdstuk 8
De dappere don Quijote zegeviert in een akelig en onvoorstelbaar avontuur met windmolens, en andere gedenkwaardige gebeurtenissen.

Op dat moment viel hun blik op zo'n dertig, veertig windmolens die daar in het veld stonden. Zodra don Quijote ze in het vizier kreeg, zei hij tegen zijn schildknaap:
"Het lot is een betere gids dan we hadden durven hopen! Kijk daar eens, vriend Sancho Panza, je ziet daar dertig woeste reuzen, misschien wel meer. Met hen ga ik de strijd aan en ik zal ze allemaal van het leven beroven; hun buit wordt de grondslag voor ons fortuin. Dit is rechtvaardige oorlog, en we bewijzen God een grote dienst door dat addergebroed van het aardoppervlak te vagen."
"Welke reuzen?" vroeg Sancho Panza.
"Die daar," antwoordde zijn heer, "met die enorme armen van soms wel twee mijl lang!"
"Genadige heer" antwoordde Sancho "weet u, wat u daar ziet zijn geen reuzen, maar windmolens; wat u voor hun armen aanziet zijn de wieken, die draaien in de wind en de molensteen aandrijven."
"Zo te horen" antwoordde don Quijote "ben jij geen doorgewinterde avonturier. Dat zijn reuzen, en als je bang bent moet je hier weggaan en gaan bidden terwijl ik mij in een vreselijke, ongelijke strijd stort."

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 9

Door: Andréa van Polen

 

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

 

Eerste deel: Hoofdstuk VIII

Over de mooie ervaring die de dappere don Quijote had in het verschrikkelijke en niet voor te stellen avontuur met de windmolens en andere gedenkwaardige gebeurtenissen.

 

En toen ontdekten zij de dertig of veertig windmolens die zich in dat gebied bevinden. Don Quijote vertelde aan zijn schildknaap zoals hij ze zag:

Het geluk zit ons meer mee dan we hadden kunnen dromen. Want zie daar, vriend Sancho Panza, waar dertig, of iets meer, gigantische reuzen te voorschijn komen, met wie ik denk het gevecht aan te gaan en hun van het leven te benemen. Hun nalatenschap is het begin van onze rijkdom; dit is nog eens een goede oorlog en je bewijst god een dienst door het slechte zaad aan het zicht van de aarde te onttrekken.

Welke reuzen?- vroeg Sancho Panza.- Die, die je daar ziet - antwoordde zijn baas - die met de lange armen, bij sommigen rijken ze haast tot 2 mijl.
- Kijkt u eens heer - antwoordde Sancho - hetgeen daar verschijnt, zijn geen reuzen maar windmolens. De armen die ze lijken te hebben, zijn molenwieken die ronddraaien door de wind waardoor vervolgens de molensteen in beweging komt .

- Goed, het schijnt - antwoordde don Quijote - dat je geen ervaring hebt met dit soort avonturen: zij zijn reuzen; en als je angst hebt, neem dan afstand en richt je met gebed naar de plaats waar ik de heftige en ongelijke strijd met ze zal voeren.


 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 10

Door:

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 11

Door:

Miguel de Cervantes Saavedra

Don Quijote

© 2018 Harm Schoonekamp | contact |