Statistieken

Unieke bezoekers

Vandaag: 5

Deze week 233 

Deze maand 722 

Duits

Vertaalwedstrijd Duits

 

De jury bestaat uit:

Harm Schoonekamp, beheerder van de Engelsetaal.startpagina.nl

Paul Haanen, beheerder van de Oudetalen.startpagina.nl 

Erik Abee, beheerder van de Poëzie.startpagina.nl en de Verhalen.startpagina.nl

Albert van Veghel, werkzaam als vertaler en tolk Duits.

 

 

Opdracht: Vertaal de volgende tekst naar het Nederlands.

Stuur je vertaling vóór 1 januari 2009 naar e-mail, onder vermelding van "Vertaalwedstrijd Duits" De uitslag zal 14 januari 2009 bekend gemaakt worden. Door deelname geef je te kennen akkoord te gaan met de Algemene Voorwaarden.

 

Prijzen

1e prijs: €25,- aan boekenbonnen.

2e en 3e prijs: De mooiste van Johann Wolfgang von Goethe - een tweetalige dichtbundel.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Franz Kafka
Vor dem Gesetz


Vor dem Gesetz steht ein Türhüter. Zu diesem Türhüter kommt ein Mann vom Lande und bittet um Eintritt in das Gesetz. Aber der Türhüter sagt, daß er ihm jetzt den Eintritt nicht gewähren könne. Der Mann überlegt und fragt dann, ob er also später werde eintreten dürfen. „Es ist möglich," sagt der Türhüter, „jetzt aber nicht." Da das Tor zum Gesetz offen steht wie immer und der Türhüter beiseite tritt, bückt sich der Mann, um durch das Tor in das Innere zu sehen. Als der Türhüter das merkt, lacht er und sagt: „Wenn es dich so lockt, versuche es doch trotz meines Verbotes hineinzugehen. Merke aber: Ich bin mächtig. Und ich bin nur der unterste Türhüter. Von Saal zu Saal stehen aber Türhüter, einer mächtiger als der andere. Schon den Anblick des Dritten kann nicht einmal ich mehr ertragen." Solche Schwierigkeiten hat der Mann vom Lande nicht erwartet; das Gesetz soll doch jedem und immer zugänglich sein, denkt er, aber als er jetzt den Türhüter in seinem Pelzmantel genauer ansieht, seine große Spitznase, den langen, dünnen, schwarzen tartarischen Bart, entschließt er sich doch lieber zu warten, bis er die Erlaubnis zum Eintritt bekommt. Der Türhüter gibt ihm einen Schemel und läßt ihn seitwärts von der Tür sich niedersetzen. Dort sitzt er Tage und Jahre. Er macht viele Versuche eingelassen zu werden und ermüdet den Türhüter durch seine Bitten.

 

(241 woorden)

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 1

Door: Dick Boek

Frank Kafka
Voor de Wet.


Voor de Wet staat een deurwachter. Een landsman loopt om hem af en vraagt om toegang tot de Wet. Maar de deurwachter zegt, dat hij hem op het moment geen toegang kan geven. De man denkt na en vraagt dan, of hij dan later naar binnen zou mogen. "Dat zou kunnen", zei de deurwachter, "maar nu niet." Omdat de poort naar de Wet zoals altijd openstaat en de deurwachter een stap opzij doet, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Als de deurwachter dat merkt, zegt hij lachend: "Als het dan zo verlokkend is, probeer dan ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Maar let op: ik ben sterk, maar slechts de geringste deurwachter. Bij elke volgende zaal staat een deurwachter, de een nog sterker dan de ander. Alleen al de aanblik van de derde kan zelfs ik niet meer verdragen." Zulke moeilijkheden had de landsman niet verwacht. De Wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, dacht hij, maar nu hij de deurwachter in zijn pelsmantel wat nauwkeuriger bekijkt, zijn grote spitse neus, de lange, dunne tartarenbaard, besluit hij toch maar liever te wachten, tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De deurwachter geeft hem een voetenbankje en laat hem naast de deur plaatsnemen. Daar zit hij sinds jaar en dag. Hij doet vele pogingen om naar binnen gelaten te worden en vermoeit de deurwachter met zijn verzoeken.


------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 2

Door: Hakan Gargili

Franz Kafka
Voor de Wet

Voor de Wet staat een portierwachter. Naar deze portierwachter komt een landsman en vraagt om toegang tot de Wet. Maar de portierwachter zegt dat hij hem nu de toegang niet kan verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij ook later mag binnentreden. "Het is mogelijk," zegt de portierwachter, "maar nu niet." Omdat de poort bij de Wet - zoals altijd - openstaat en de portierwachter een stap opzij doet, bukt de man om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de portierwachter dat opmerkt, lacht hij en zegt: "Als het zo verlokkend is, probeer dan eens ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Weet wel: Ik ben machtig. En ik ben maar de laagste portierwachter. Van zaal tot zaal staan portierwachters, de een machtiger dan de ander. De aanblik van de derde kan ik zelfs niet verdragen. "Zulke moeilijkheden had de landsman niet verwacht; de Wet zal toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, dacht hij, maar als hij nu de portierwachter in zijn pelsmantel helemaal bekijkt, zijn grote spitsneus, de lange, dunne, zwarte tartarische baard, besluit hij toch liever te wachten, totdat hij toestemming - voor het binnentreden - krijgt. De portierwachter geeft hem een kruk en laat hem naast de poort zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet vele verzoeken om toegelaten te worden en vermoeit de portierwachter door zijn verzoeken.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 3
Door: Marianne Vervloesem

Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de Wet staat een deurwachter. Een landsman komt naar deze deurwachter en vraagt hem toegang tot de Wet.
Maar de deurwachter zegt dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt of hij dan later naar binnen mag gaan. "Dat is mogelijk", zegt de deurwachter, "maar nu niet." Omdat de poort naar de Wet zoals altijd openstaat en de deurwachter een stap opzij doet, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de deurwachter dat bemerkt, lacht hij en zegt: "Als het dan zo aanlokkelijk is, probeer dan toch, ondanks mijn verbod, naar binnen te gaan. Maar onthoud wel: Ik ben machtig. En ik ben slechts de laagste deurwachter. Ook bij de volgende zalen staan deurwachters, de ene al machtiger dan de andere. De aanblik van de derde kan ik geen tweede keer verdragen." Zulke moeilijkheden had de landsman niet verwacht; de Wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, dacht hij, maar nu hij de deurwachter in zijn pelsmantel beter bekijkt, zijn grote spitse neus, de lange, dunne, zwarte tartarische baard, besluit hij toch maar liever te wachten, tot hij de toelating krijgt naar binnen te gaan. De deurwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de poort zitten. Daar zit hij sinds jaar en dag. Hij blijft steeds vragen om binnengelaten te worden en vermoeit de deurwachter met zijn verzoeken.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 4

Door: Joyce Janse
 

Franz Kafka

Voor de wet

 

Voor de wet staat een portier. Deze portier wordt benaderd door een man van het land die hem om toegang vraagt tot de wet. De portier zegt hem echter dat hij hem de toegang nu niet toezeggen kan. De man bedenkt zich even en vraagt dan of hij later naar binnen zou mogen. "Dat zou kunnen," zegt de portier, "maar nu niet." Omdat de poort van de wet zoals altijd open staat en de portier een stap opzij doet, bukt de man om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de portier dat opmerkt, lacht hij en zegt: "Als het u zo verleid, probeer dan om, tegen mijn verbod in, naar binnen te gaan. Merk echter op: Ik ben machtig en ik ben slechts de onderste portier. Van zaal tot zaal staan bewakers, de een nog machtiger als de andere. Alleen al de aanblik van de derde kan ik niet meer verdragen." Zulke moeilijkheden als de man van het land niet verwacht. De wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar wanneer hij de portier met zijn bontjas nu eens preciezer bekijkt; zijn grote spitse neus, de lange, dunne, zwarte Tataarse baart, besluit hij dat hij toch beter kan wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De portier geeft hem een krukje en laat hem zijwaarts voor de deur zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet veel verzoeken om binnengelaten te worden en vermoeit de portier met zijn smeken.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 5

Door: Marloes Kaput

Franz Kafka

Voor de wet

 

Voor de Wet staat een Beschermer van de deur. Een Man van het Land komt naar deze deurbeschermer toe en vraagt om Toegang in de Wet. Maar de Deurbeschermer zegt, dat hij hem op dit moment geen toegang kan geven. ,, Het is mogelijk," zegt de Deurbeschermer, ,, maar nu nog niet.". Omdat de deur van de Wet zoals altijd open staat en de Deurwachter een pas opzij maakt, bukt de Man zich, om door de Deur naar binnen te kunnen kijken. Als de Deurbeschermer dat merkt, lacht hij en zegt:,,Als het jou zo verleidelijk lijkt, dan probeer het maar om ondanks mijn verbod toch naar binnen te gaan. Maar bedenk: Ik ben machtig. En ik ben slechts de onderste Deurbeschermer. Want van Zaal naar Zaal staan Deurbeschermers, de een nog machtiger dan de ander. Zelfs al de Aanblik van de Derde kan zelfs ik niet meer verdragen. Zulke moeilijkheden had de Man van het Land niet verwacht: de Wet zou toch altijd en voor iedereen toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar als hij de Deurbeschermer in zijn Pelsmantel beter bekijkt, zijn grote spitsneus, de lange, dunnen, zwarte Tartaren Baard, besluit hij toch liever te wachten, tot hij toestemming krijgt om binnen te gaan. De Deurbeschermer geeft hem een Voetensteun en laat hem naast de Deur zitten. Daar zit hij nu Dagen en Jaren. Hij doet veel Verzoeken om binnen gelaten te worden en vermoeit de Deurbeschermer met zijn Smeekbedes.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 6
Door: Jago Kosolosky


Franz Kafka
Voor de deur der gerechtigheid


Voor de gerechtigheid staat een deurwachter. Op deze deurwachter stapt een man af en vraagt om toegang tot de gerechtigheid. Maar de deurwachter zegt, dat hij hem heden de toegang niet vrijwaren kan. De man denkt na en vraagt dan, of hij soms later binnen zou mogen. "Dat is mogelijk", zegt de deurwachter, "vandaag zeker niet." Omdat de deur der gerechtigheid open staat als altijd en de deurwachter opzij wijkt, bukt de man zich, om door de deur binnen te gluren. Wanneer de deurwachter dat merkt lacht hij en zegt: "Als het je toch zo aanlokkelijk lijkt, probeer, ach probeer toch mijn verbod te negeren. Onthoud echter: Ik ben krachtig. En ik ben slechts de laagste deurwachter. Van zaal tot zaal zullen er andere deurwachters staan, steeds krachtiger dan de vorige. Alleen al de aanblik van de derde kan zelfs ik niet meer verdragen." Zulke moeilijkheden had de dorpsman niet verwacht; de gerechtigheid zou toch voor ieder en ten allen tijde toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar nu hij de deurwachter in zijn pelsen mantel wat preciezer bekijkt, zijn grote spitse neus, de lange, dunne, zwarte, als het ware Tataarse baard, besluit hij toch te wachten, tot hij de toestemming om binnen te komen verwerft. De deurwachter geeft hem een bankje en laat hem plaatsnemen naast de deur. Daar zit hij dagen en jaren. Hij pleegt vele verzoeken binnen gelaten te worden en vermoeit de deurwachter met zijn smeekbeden.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 7
Door: Benjamin Tamboer

Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de wet staat een poortwachter. Naar deze poortwachter komt een man van buiten die om toelating tot de Wet verzoekt. Maar de poortwachter zegt dat hij hem op dit moment niet toe kan laten. De man denkt na en vraagt dan of hij derhalve later zal worden toegelaten. "Dat zou kunnen," zegt de poortwachter. "Maar nu niet." Daar de poort naar de Wet, zoals altijd, openstaat en de poortwachter opzij stapt, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Als de poortwachter dit bemerkt, lacht hij en zeg: "Als het je zo trekt, probeer dan toch binnen te komen, ondanks mijn verbod. Realiseer je echter: ik ben sterk. En ik ben nog maar de minste van de poortwachters. Van zaal tot zaal staan er echter poortwachters, de een sterker dan de andere. Alleen al de aanblik van de derde kan ik niet nogmaals verdragen." Dergelijke moeilijkheden had de man van buiten niet verwacht; de wet zou toch voor iedereen ten alle tijden toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar wanneer hij nu de poortwachter nauwkeuriger opneemt, diens grote spitsneus, diens lange, dunne, zwarte tartarenbaard, besluit hij toch maar liever te wachten tot hij toestemming om binnen te gaan krijgt. De poortwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de poort plaatsnemen. Daar zit hij dagen- en jarenlang. Hij doet vele pogingen binnengelaten te worden en verveelt de poortwachter met zijn smeekbeden.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 8
Door:  Celia Ledoux


Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de wet staat een poortwachter. Nu komt er een man van het platteland die op de poortwachter toestapt en hem om toegang tot de wet vraagt. Maar de poortwachter zegt dat hij hem op dit moment geen toegang kan verlenen. De man peinst even en vraagt dan of hij later zou mogen binnenkomen. "Dat is mogelijk", zegt de poortwachter, "maar nu mag het niet." De deur naar de wet staat altijd open, en wanneer de poortwachter weer opzij stapt, bukt de man zich om door de deur even naar binnen te loeren. De poortwachter merkt het, lacht en zegt "Als je er zo naartoe wordt gezogen kan je altijd proberen tegen mijn verbod in te gaan. Maar weet wel dat ik machtig ben. En ik ben pas de laagste van de poortwachters. In elke zaal staat een nieuwe poortwachter, steeds machtiger dan de vorige. De aanblik van de derde is zelfs mij teveel." Zulke moeilijkheden had de man van het platteland niet verwacht; de wet hoort toch voor iedereen voortdurend toegankelijk te zijn, denkt hij, maar dan neemt hij de poortwachter in zijn pelsmantel wat nauwkeuriger op, met zijn grote knoert van een spitsneus en lange dunne zwarte Tartarenbaard, en besluit toch maar te wachten tot hem toegang verleend wordt. De poortwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de deur zitten. Hij probeert vaak binnengelaten te worden en de poortwachter wordt zijn vragen moe.


 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 9
Door: Jojante


Franz Kafka
Voor de Wet

 

 Voor de wet staat een portier. Een plattelander komt bij deze portier en vraagt of hij de wet binnen mag. Maar de portier zegt dat hij hem nu niet binnen kan laten. De man denkt na en vraagt dan of hij later naar binnen mag. "Dat zou kunnen," zegt de portier, "maar nu niet." Omdat de deur naar de wet zoals altijd open staat en de portier opzij stapt, bukt de man zich om door de deur naar binnen te kijken. Als de portier dat merkt, lacht hij en zegt: "Als je het zo graag wilt, probeer dan maar ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Maar denk erom: ik ben machtig. En ik ben nog maar de laagste portier. Bij elke zaal staan portiers, de een nog machtiger dan de ander. Alleen al de aanblik van de derde kan zelfs ik niet verdragen." Zulke problemen heeft de plattelander niet verwacht, de wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar als hij de portier in z'n bontmantel aandachtiger bekijkt, z'n grote spitsneus, de lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij toch maar liever te wachten tot hij naar binnen mag. De portier geeft hem een krukje en laat hem naast de deur zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet veel pogingen om binnengelaten te worden en vermoeit de portier met z'n verzoeken.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 10
Door:  Marijcke Cauwe

Franz Kafka
De Zaal der Wet

 

Op een dag komt er een man naar De Zaal der Wet. Aan de Wachter die voor de altijd geopende poort staat vraagt hij beleefd toestemming om naar binnen te mogen gaan.
Maar de Wachter laat de bezoeker weten dat hij op dit moment onmogelijk aan dit verzoek kan voldoen.
De man denkt even na en vraagt of hij later terug mag komen.
"Of hij dan misschien naar binnen mag?"
"Dat zou kunnen", antwoordt de Wachter."
Maar nu gaat het niet."
De Wachter doet een stap opzij waardoor de man, wanneer hij zich bukt, in De Zaal der Wet kan kijken.
De Wachter ziet hoe graag de bezoeker naar binnen wil gaan. Lachend zegt hij:
"Als je er zo naar verlangt om naar binnen te gaan. Ga dan maar. Probeer aan mij voorbij te komen! Bezin echter voor je begint. want ik ben erg sterk en weet je, ik ben maar de eerste Wachter, de laagste in rang. De Wachters die na mij komen zijn veel sterker! Bij iedere volgende Zaal staat een Wachter die nog sterker is dan de voorgaande. De wachter aan de derde Zaal is zo sterk dat ik hem zelfs niet durf te bekijken."
Zoveel problemen had de bezoeker niet verwacht.
"De Wet zou toch voor iedereen gelijk moeten zijn", zegt hij bij zichzelf. "Bovendien zou men altijd toegang mogen krijgen."
Nauwkeurig monstert hij de Wachter die in een dikke pelsmantel gehuld is. Boven de lange, dunne baard staat een grote spitse neus. Bij het zien van dit krachtige Tartanengezicht besluit de bezoeker geduldig te wachten totdat hij eventueel toestemming krijgt De Zaal Der Wet binnen te treden.
De Wachter geeft hem een krukje en beduidt hem om naast de geopende poort te gaan zitten.
Sedertdien zit de man dag in, dag uit op het krukje. Onophoudelijk herhaalt hij zijn verzoek om De Zaal der Wet binnen te mogen gaan. Stilaan wordt de Wachter hem beu....

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 11
Door: Johannes Albertz


Franz Kafka
Voor de Wet

 

 Voor de wet staat een bewaker. Een boer stapt op hem toe en vraagt hem om toegang. Maar de bewaker zegt, dat hij hem nú geen toegang kan verlenen. De man denkt na, en vraagt of hij er dan later wél in mag."Zou kunnen", zegt de bewaker, "maar nú in ieder geval niet".Aangezien het hek naar de wet zoals gewoonlijk open staat, en de bewaker een stap opzij doet, bukt de man zich, om door het hek naar binnen te kijken. Als de bewaker dat ziet, zegt hij lachend: "Als het jou nou zo aanlokt, waarom probeer je dan niet tóch naar binnen te gaan, ondanks mijn verbod? Maar een ding: Ik ben groot en sterk, en dan ben ik nog maar de laagste in rang hierzo. Bij elke volgende zaal staat echter ook weer een bewaker, de een nog kolossaler dan de ander. Alleen al de áánblik van de derde bewaker is zelfs voor mij te veel van het goeie. Zulke problemen had de boer niet verwacht; de wet zou toch altijd en voor iedereen toegankelijk moeten zijn, denkt de boer, maar als hij nu de bewaker in z'n pelsmantel beter bekijkt, valt hem zijn scherpe neus op, en zijn lange dunne Tartarenbaard, en hij besluit maar liever te wachten, tot hem de toegang wél gegund wordt. De bewaker geeft hem een kruk, en laat hem naast de deur zitten. Daar zit hij sinds jaar en dag. Hij doet talloze pogingen om er toch in te komen, maar vermoeit de bewaker slechts met z'n gezeur.

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 12
Door:  Helma Jonker


Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de Wet staat een poortwachter. Op deze poortwachter stapt een man van het platteland af en vraagt hem om toegelaten te worden tot de Wet. Maar de poortwachter zegt dat hij hem nu geen toegang verlenen kan. De man denkt na en vraagt of hij dan later binnentreden kan. "Dat is mogelijk," zegt de poortwachter, "nu echter niet." Omdat de poort naar de Wet zoals altijd geopend is en de poortwachter terzijde treedt, bukt de man zich om door de opening het achterliggende te zien. Wanneer de poortwachter dat bemerkt, lacht hij en zegt: "Als het je zo aantrekkelijk lijkt, probeer dan ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Bedenk dan wel: ik ben machtig. En ik ben slechts de laagste poortwachter. Bij iedere zaal staan poortwachters, de een nog machtiger dan de ander. Zelfs ik kan het niet meer verdragen om de Derde alleen al in het gezicht te zien." Dergelijke moeilijkheden had de man van het platteland niet verwacht; de Wet zou toch voor iedereen en altijd toegankelijk dienen te zijn, denkt hij, maar nu hij de poortwachter in zijn bontmantel nauwkeuriger bekijkt, zijn grote spitse neus, zijn lange, dunne, zwarte Tartarenbaard beziet, besluit hij toch maar liever te wachten totdat hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De poortwachter geeft hem een krukje en verwijst hem naar een plek opzij van de poort. Daar zit hij dagen en jaren. Hij verzoekt herhaaldelijk om binnengelaten te worden en vermoeit de poortwachter met zijn smeekbedes. 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 13
Door:  Eva-Maria Kintzel


Franz Kafka
Voor de Wet

 


Voor de wet staat een poortwachter. Op deze poortwachter stapt een man van het platteland af en vraagt om toegang tot de wet. Maar de poortwachter zegt dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij dus later naar binnen zou mogen. "Dat is mogelijk," zegt de poortwachter, "maar niet nu." Omdat de poort naar de wet zoals altijd openstaat en de poortwachter een stap opzij doet, bukt de man om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de poortwachter dit opmerkt lacht hij en zegt: "Als het jou zo aantrekkelijk lijkt, probeer dan maar ondanks mijn verbod binnen te komen. Maar onthoud: Ik ben machtig. En ik ben slechts de onderste poortwachter. Zaal na zaal staan er echter poortwachters en de één is nog machtiger dan de ander. Van de derde kan ikzelf al de aanblik niet eens meer verdragen." Zulke moeilijkheden had de man niet verwacht; de wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar wanneer hij de poortwachter in zijn bontjas nu wat nauwkeuriger bekijkt, zijn grote puntneus, de lange, dunne, zwarte tartaarse baard, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De poortwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de poort plaatsnemen. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet vele pogingen om binnengelaten te worden en vermoeit de poortwachter met zijn smeekbeden

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vertaling 14
Door: Charlotte Konings


Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de Wet staat een portier. Een provinciaal loopt naar deze portier toe en verzoekt om toegang tot de Wet. Maar de portier zegt dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij dus later naar binnen zou mogen.

‘Mogelijk,' zegt de portier, ‘nu in ieder geval niet.'

Omdat de poort naar de Wet open staat , zoals gewoonlijk, en de portier aan de kant gaat, buigt de man naar voren om, door de poort, naar binnen te kijken. Als de portier dat merkt lacht hij en zegt:

‘Als het je zo bekoort, probeer dan ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Maar bedenk wel: ik ben machtig. En ik ben nog maar de jongste portier. Van zaal tot zaal staan echter portiers, de ene nog machtiger dan de andere. De aanblik van de derde is zelfs door mij al niet meer te verdragen.'

Dat soort problemen had de provinciaal niet verwacht; de wet zou toch voor iedereen en altijd toegankelijk moeten zijn, denk hij, maar nu hij de portier in zijn bontmantel wat nauwlettender bekijkt, zijn grote puntneus, de lange, dunne, zwarte tartaarse baard, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan.

De portier geeft hem een krukje en laat hem naast de poort plaatsnemen.

Daar zit hij, dag na dag en jaar na jaar.

Hij probeert vaak om binnen gelaten te worden en vermoeit de portier door zijn verzoeken.

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 15

Door: Doortje Stam-Maandag 

 

Franz Kafka

Voor de wet

 

Voor de wet staat een wachter. Er gaat een landarbeider naar de wachter van de wet toe en smeekt om toegang tot de wet. Maar de wachter zegt, dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De landarbeider denkt na en vraagt dan of hij ook later naar binnen mag.

"Dat is mogelijk," zegt de wachter, "nu echter niet."

Omdat de poort van de wet altijd open staat en de wachter terzijde stapt, bukt de landarbeider om door de poort naar binnen te kijken. Als de wachter dat merkt, lacht hij en zegt: "Als het jou zo aantrekt, je ondanks mijn verbod toch binnen probeert te gaan. Laat dit tot je doordringen: Ik ben machtig. En ik ben slechts de laagste wachter. Van zaal tot zaal staan telkens weer wachters, de een nog machtiger dan de andere. Alleen al de aanblik van de derde kan ik niet een keer meer verdragen."

Dergelijke moeilijkheden had de landarbeider niet verwacht; de wet moet toch immer en altijd toegankelijk zijn, denkt hij. Maar als hij de wachter in zijn pelsjas wat nauwkeuriger bekijkt, zijn grote spitsneus, die lange, dunne, zwarte Tartarische baard, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te mogen. De wachter geeft hem een voetenbankjes en laat hem aan de zijkant van de deur zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet vele smeekbeden binnengelaten te worden en vermoeid de wachter met zijn verzoeken.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 16

Door: Daniel van den Berg

 

Franz Kafka

Voor de wet

 

 

Voor de wet staat een portier. Een man van het platteland benadert de portier en verzoekt om toegang tot de wet. Maar de portier zegt, dat hij hem nu geen toegang tot de wet kan verlenen. De man denkt erover na en vraagt dan, of hij later wel naar binnen zal mogen gaan. "Het is mogelijk", zegt de portier, "maar niet nu". Daar de poort tot de wet zoals altijd open staat, en de portier opzij gaat staan, bukt de man om door de poort heen naar binnen te kijken. Wanneer de portier dat merkt, lacht hij en zegt: "als het je zo trekt, probeer toch eens om naar binnen te gaan ondanks mijn verbod. Echter, denk erom: ik ben machtig. En ik ben slechts de portier laagste in rang. Echter, van zaal tot zaal staan portiers, van wie de een machtiger dan de andere. Zelfs de aanblik van de derde kan ik niet eens meer verdragen." Zulke moeilijkheden heeft de plattelandsman niet verwacht; de wet moet toch altijd en voor iedereen toegankelijk zijn, vindt hij, maar wanneer hij nu de portier in zijn bontmantel nauwkeuriger bekijkt, zijn grote spitse neus, de lange dunne zwarte Tataarse baard, besluit hij toch liever te wachten, totdat hij de toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De portier geeft hem een krukje en laat hem terzijde van de deur zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet vele pogingen om binnen gelaten te worden en door zijn verzoeken vermoeit hij de portier.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 16

Door: Kees van Surksum


Franz Kafka

Voor de wet

 

Voor de Wet staat een deurwachter. Een man van het platteland komt bij deze deurwachter en vraagt om toegang tot de Wet. Maar de deurwachter zegt dat hij hem de toegang nu niet kan verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij dan later wél naar binnen mag. "Het zou kunnen," zegt de deurwachter, "maar nu niet." Daar de poort van de Wet als altijd open staat en de deurwachter terzijde treedt, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de deurwachter dat merkt, lacht hij en zegt: "Als je het dan zo graag wilt, probeer dan maar ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Maar denk erom: ik ben machtig. En ik ben dan nog maar de laagst geplaatste deurwachter. Van zaal tot zaal staan er deurwachters, de een nog machtiger dan de ander. Alleen al de aanblik van de derde kan zelfs ik niet verdragen." Dergelijke problemen hat de man van het platteland niet verwacht; de Wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar als hij de deurwachter in zijn pelsmantel nog eens nauwkeurig bekijkt, met zijn grote, spitse neus en de lange, dunne, zwarte Tartarenbaard, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De deurwachter geeft hem een krukje en laat hem zijdelings van de deur plaatsnemen. Daar zit hij dagen en jaren lang. Hij doet veel pogingen om naar binnen gelaten te worden en vermoeid de deurwachter met zijn verzoeken.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 17

Door: Debbie van Mourik


Franz Kafka

Voor de wet

 

 

Voor de deur van de Wet staat een Patroon. Er komt een Burger bij de Patroon en hij vraagt toegang tot de Wet. Maar de Patroon zegt, dat hij hem nu geen toegang kan verschaffen. De man denkt na en vraagt dan of hij later wel naar binnen mag.
"Dat zou kunnen," zegt de Patroon, "maar nu niet." Omdat de Poort naar de Wet zoals altijd openstaat en de Patroon een stap opzij doet, buigt de man naar voren, om zo door de Poort naar binnen te kijken. Wanneer de Patroon dat merkt, lacht hij en zegt: "Als het je zo aantrekt, probeer dan maar eens om - tegen mijn verbod in - naar binnen te gaan. Maar denk erom: ik ben machtig. En ik ben nog maar de laagste Patroon in rang. Bij elke zaal staan Patronen, de één nog machtiger dan de andere. Alleen al de aanblik van de derde kan zelfs ik niet meer verdragen."
Dit struikelblok had de Burger niet verwacht; de Wet zal voor iedereen altijd toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar als hij de Patroon in zijn bontjas wat beter bestudeert, zijn grote puntneus, de lange, dunne, zwarte Tartarenbaard, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De Patroon geeft hem een kruk en laat hem naast de deur plaatsnemen. Daar zit hij dagen en jaren. Hij probeert steeds tevergeefs om binnengelaten te worden en vermoeit de wachter met zijn smeekbedes.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 18

Door: Walter van Roessel 

 

Franz Kafka

Voor de Wet


 

Voor de Wet staat een deurwachter. Op deze deurwachter komt een man van het platteland af en die verzoekt om toegang tot de Wet.

Maar de deurwachter zegt dat hij hem nu geen toegang kan verlenen.

De man denkt na en vraagt dan of hij dan niet dus later naar binnen zal mogen.

"Misschien wel", zegt de deurwachter, "maar niet nu".

Omdat de poort naar de wet zoals altijd open staat en de deurwachter aan de kant gaat, bukt de man voorover om door de poort naar binnen te kunnen kijken.

Als de deurwachter dat merkt, lacht deze en zegt: "Als het je zo aanlokt, probeer dan ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Maar besef wel: ik ben machtig. En ik ben slechts de laagste deurwachter.

Van zaal tot zaal staan er daarentegen deurwachters van wie de ene al machtiger is dan de andere. De aanblik van de derde kan zelfs ik al niet meer verdragen.

Zulke moeilijkheden heeft de man van het platteland niet verwacht.

"De Wet moet toch altijd en voor iedereen toegankelijk zijn", denkt hij.

Maar als hij dan beter naar de deurwachter in zijn bontjas kijkt, met zijn grote spitse neus en lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij toch maar liever te wachten totdat hij de toestemming krijgt om naar binnen te gaan.

De deurwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de deur een zitplaatsje betrekken.

Daar zit hij jaren aan een stuk.

Hij doet veel pogingen om te worden toegelaten en vermoeit de deurwachter met zijn verzoeken.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------  

 

Vertaling 19

Nadja Wiss
 

Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de Wet staat een deurwacht. Een plattelander gaat naar de deurwacht en vraagt om toegang tot de Wet. De deurwacht zegt echter, dat hij hem nu geen toegang kan permitteren. De man overlegt en vraagt dan of hij later toegang moge krijgen. "Het is mogelijk" zegt de deurwacht, "maar niet nu." Omdat de poort naar de Wet zoals altijd open staat en de deurwacht dit door heeft, lacht deze en zegt: "Als je het zo verleidelijk vind probeer dan maar naar binnen te gaan ongeacht mijn verbod. Denk erom: Ik ben wel machtig maar ik ben bovendien ook de onbelangrijkste deurwacht. Er staan echter wel van zaal tot zaal deurwachten. De een is invloedrijker dan de ander. De aanblik van de derde al, kan zelfs ik niet meer aan." Dit soort moeilijkheden had de plattelander niet verwacht. De wet zal toch voor een ieder en altijd toegankelijk moeten zijn, denkt hij. Als hij nu echter de deurwacht gekleed in zijn bontjas goed bekijkt met zijn grote puntneus en de lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij toch liever te wachten tot hij de toestemming krijgt om binnen te mogen treden. De deurwacht geeft hem een krukje en laat hem schuin tegenover de deur zitten. Daar zit hij dan dagen en jaren. Hij probeert het vele keren om toch naar binnen te worden gelaten maar alles war hij hiermee bereikt is de deurwacht vermoeien door zijn gezeur.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 20

Door: David van Tiggele

Franz Kafka
Voor de Wet

 

 Voor de Wet staat een poortwachter. Bij deze wachter komt een plattelandsman en verzoekt om toegang tot de Wet. Maar de poortwachter zegt dat hij hem nu geen toegang zal kunnen verlenen. De man denkt na en vraagt dan of hij dan later naar binnen zou mogen. „Best mogelijk," zegt de portier, „maar nu niet." Aangezien de poort naar de Wet zoals altijd openstaat en de wachter opzij gaat staan, buigt de man zich voorover om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de poortwachter dat bemerkt, lacht hij en zegt: „Als het je zo aanlokt, probeer dan maar ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Maar begrijp goed: ik ben machtig. En ik ben slechts de laagste wachter. Van zaal tot zaal staan er echter wachters, de een nog machtiger dan de ander. Alleen al de aanblik van de derde kan ik niet eens meer verdragen." Zulke moeilijkheden had de plattelandsman niet verwacht; de Wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar wanneer hij de poortwachter in zijn bontjas met zijn grote puntige neus, zijn lange, dunne, Mongoolse baard eens nauwkeuriger bekijkt, besluit hij toch maar liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De wachter geeft hem een krukje en staat hem toe naast de poort te gaan zitten. Daar zit hij dagen en jaren. Hij doet vele pogingen toegelaten te worden en vermoeit de poortwachter met zijn smeekbedes.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 21

Door: Christel Don

 

Franz Kafka
Voor de Wet
  

 

Voor de Wet staat een poortwachter. Een provinciaal komt naar de poortwachter toe en smeekt hem om toegelaten te worden tot de Wet. Echter, de poortwachter vertelt hem dat hij hem op dit moment niet kan binnenlaten. De man denkt na en vraagt dan of hij mogelijk later naar binnen mag gaan. ‘Dat zou kunnen', zegt de poortwachter, ‘nu in ieder geval niet'. Aangezien de poort naar de Wet zoals altijd open staat en de poortwachter een stapje opzij doet, bukt de man om door de poort naar binnen te gluren. Als de poortwachter dat ziet, lacht hij en zegt: ‘Als het zo'n aantrekkingskracht op je heeft, probeer dan toch gewoon naar binnen te gaan ondanks mijn verbod'. Onthoudt dan wel: Ik ben machtig. En ik ben slechts de eerste poortwachter. Bij alle andere zalen staan ook poortwachters, de één nog invloedrijker dan de andere. De aanblik van de derde poortwachter kan zelfs ik niet meer verdragen. Zulke obstakels had de provinciaal niet verwacht; De wet moet toch voor iedereen op elk moment toegankelijk zijn, denkt hij. Maar als hij de poortwachter met zijn bontjas eens wat beter bekijkt, zijn grote spitse neus, de lange dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij toch liever te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te mogen. De poortwachter geeft hem een taboeret en laat hem naast de deur plaatsnemen. Op die plek zit hij dagen en jaren. Hij doet vele smeekbeden om maar binnengelaten te worden en vermoeit de poortwachter met zijn eindeloze verzoeken.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 22

Door: Annelie Kouwenhoven

 

Franz Kafka
Voor de Wet

 


Voor de Wet staat een deurwacht. Een plattelander komt naar deze deurwacht toe en verzoekt om toegang tot de Wet. De deurwacht zegt echter dat hij hem op dit moment geen toegang zou kunnen verlenen. De man denkt na en vraagt vervolgens of hij dan wellicht op een later tijdstip zou mogen binnenkomen. "Het is mogelijk" zegt de deurwacht, "maar nu niet." Aangezien de poort naar de Wet zoals altijd open staat en de deurwacht terzijde treedt, bukt de man zich teneinde door de poort in het binnenste der Wet te kijken. Wanneer de deurwacht dat merkt, lacht hij en zegt: "als je de verleiding niet kunt weerstaan, probeer dan toch ondanks mijn verbod naar binnen te gaan. Onthoud echter: ik ben machtig. En ik ben slechts de deurwacht die laagste in rang is. Van zaal naar zaal staan deurwachten, de één nog machtiger dan de andere. Alleen al de aanblik van de derde deurwacht kan zelfs ik niet meer verdagen." Dergelijke moeilijkheden heeft de plattelander niet verwacht; de Wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt hij, maar wanneer hij nu de deurwacht in zijn bontmantel wat beter gade slaat, zijn grote spitse neus, de lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, neemt hij het besluit toch maar liever te wachten tot hij toegangspermissie krijgt. De deurwacht overhandigt hem een houten bankje en laat hem terzijde van de deur plaatsnemen. Daar zit hij dagen en jaren. Hij onderneemt vele pogingen binnengelaten te worden en vermoeit de deurwacht met zijn verzoeken.


 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 23

Door: Wanda van Lingen

 

Franz Kafka
Voor de Wet
  


Voor de poort tot de wet staat een wacht. Aan deze poortwacht komt een inwoner van het land die hem verzoekt deze poort voor hem te openen. Maar de wacht zegt dat hij hem deze gunst niet kan verlenen. De man denkt even na en vraagt dan of hij dan iets later naar binnen zal mogen. "Dat is mogelijk," zegt de wacht, „maar niet op dit moment." Aangezien de toegangspoort tot de wet zoals altijd open staat, en de wacht een stapje opzij zet, bukt de man zich om door de poort de binnenkant te aanschouwen. Wanneer de wacht dit opmerkt, lacht hij en zegt: "Als het jou zo lokt, probeer dan toch naar binnen te gaan, ondanks dat ik het je verboden heb. Maar onthoud wel dat ik machtig ben, en van alle wachters ben ik nog maar de zwakste. Van zaal tot zaal staan er echter poortwachters, waarvan de een nog machtiger is dan de ander. En ik ben al niet eens meer bestand tegen slechts de aanblik van de derde. Zulke complicaties had de inwoner niet verwacht; de wet zou toch voor iedereen en altijd toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar als hij de wacht met zijn bontjas wat beter bekijkt, zijn grote, spitse neus en zijn lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij dat het beter is om even te wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De wacht geeft hem een krukje en laat hem naast de deur zitten. Daar zit hij dagen-, jarenlang, en vermoeit de deurwaarder met zijn vele verzoeken om binnengelaten te worden.


 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 24

Door: Emiel Visser 

 

Franz Kafka
Voor de Wet

 

Voor de Wet staat een poortwachter. Naar deze poortwachter komt een gewone man die toegang tot de Wet verzoekt. Maar de poortwachter zegt dat hij hem op het moment geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt vervolgens of hij dan dus later wel naar binnen mag. "Het is mogelijk," zegt de poortwachter, "maar nu niet." Aangezien de poort naar de Wet zoals altijd open staat en de poortwachter opzij stapt, kan de man zich bukken en door de poort naar binnen kijken. De poortwachter merkt dat en zegt vervolgens lachend: "Als de gedachte jou zodanig verleidt, moet je wellicht ondanks mijn verbod toch verzoeken naar binnen te gaan. Sla er echter acht op dat ik macht heb. En ik ben nog maar van de laagste rang. Voor iedere zaaldoorgang staan poortwachters, de een nog machtiger dan de anderen. Reeds het aanzicht van de derde kan ik zelfs niet verdragen." Zulke moeilijkheden had de gewone man niet verwacht; de Wet zou toch voor iedereen en altijd toegankelijk moeten zijn, denkt hij, maar nu hij de poortwachter in zijn bontmantel nauwlettender bekijkt, zijn grote spitsneus, de lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij toch liever te wachten, totdat hem de toegang verleend wordt. De poortwachter geeft hem een kruk en laat toe dat hij zich naast de deur installeert. Daar zit hij, dagen en jaren. Onophoudelijk probeert hij alsnog toegang tot de Wet te verkrijgen. De poortwachter is ondertussen zijn verzoeken helemaal zat.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Vertaling 25

Door: Anita Rademakers

 

Franz Kafka
Voor de Wet
  

 

Voor de Wet staat een wachter. Bij deze wachter komt een landman en vraagt om toegang tot de Wet. Maar de wachter zegt dat hij de man nu niet binnen kan laten. De man denkt na en vraagt of hij dan later naar binnen zal mogen. "Dat is mogelijk," zegt de wachter, "maar nu niet." Omdat de poort naar de Wet open staat als altijd en de wachter opzij stapt, bukt de man zich om door de poort naar binnen te kijken. Wanneer de wachter dat merkt, lacht hij en zegt: "Als de verleiding zo groot is, probeer dan eens mijn verbod te negeren. Bedenk echter dit: ik ben machtig. En ik ben nog maar de laagste wachter. Voor iedere zaal staat echter een wachter, de een nog machtiger dan de ander. De aanblik van de derde kan zelfs ik al niet meer verdragen." Zulke problemen had de landman niet verwacht; de Wet moet toch altijd voor iedereen openstaan, denkt hij, maar als hij de wachter in zijn bontjas beter bekijkt, zijn grote puntneus, de lange, dunne, zwarte Tartaarse baard, besluit hij dat hij beter kan wachten tot hij toestemming krijgt om naar binnen te gaan. De wachter geeft hem een krukje en laat hem naast de deur plaatsnemen. Daar blijft hij dagen- en jarenlang zitten. Hij probeert steeds weer toegang te krijgen en vermoeit de wachter met zijn gesmeek.

 

 

© 2018 Harm Schoonekamp | contact |